Print
Artikel 7:1

  1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
    • passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd;
    • werkzaamheden in het kader van de reïntegratie: loonvormende arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;
    • scholing in het kader van de reïntegratie: scholing die gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid;
    • arbeidsongeschiktheid in en door de dienst: arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in overwegende mate haar oorzaak vindt in:
      • de aard van de opgedragen werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht of;
      • in een dienstongeval verband houdende met de aard van de opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze werkzaamheden moesten worden verricht;
    • en die niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten;
    • restverdiencapaciteit: het door UWV vast te stellen inkomen dat de ambtenaar  met zijn vaardigheden en bekwaamheden, gelet op zijn beperkingen, nog kan verdienen; 
    • arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
    • inactieve: de oud-ambtenaar met een WW-uitkering, aanvullende
      uitkering, nawettelijke uitkering, WAO-uitkering, WIA-uitkering of
      wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de uitkering in dienst
      was van een gemeente;
    • postactieve: de oud-ambtenaar met een uitkering functioneel
      leeftijdsontslag, ouderdomspensioen van het ABP of
      ABP keuzepensioen, die direct voorafgaand aan deze uitkering of dit
      pensioen in dienst was van een gemeente of inactieve was;
  2. Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen.

briefnummer: U200801637, U200802017, U201300288, U201600266, U201700464