Artikel 3:10 Waarnemingstoelage

  1. Indien een ambtenaar wordt aangewezen om een functie waar te nemen met een hogere functieschaal, wordt hem voor de periode van waarneming een waarnemingstoelage toegekend. Deze bepaling geldt niet als de waarneming deel uitmaakt van de eigen functie.
  2. Bij volledige waarneming van de functie is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het salaris dat hij zou genieten als hij bij de start van de waarneming in de hogere schaal zou zijn ingedeeld.
  3. Bij gedeeltelijke waarneming wordt de toelage naar evenredigheid toegekend.

Briefnummer: U201500965

Lid 1
De ambtenaar heeft geen recht op een waarnemingstoelage als het waarnemen van de
hogere functie een integraal onderdeel is van zijn functie, waarmee rekening is gehouden bij
de beschrijving en waardering van die functie. Voorbeeld van een dergelijke situatie is de
adjunct directeur die de directeur vervangt tijdens vakantie en kortdurende afwezigheid.

Lid 2 + 3
Met deze bepaling wordt beoogd dat de waarnemer – voor het deel van de functie dat
wordt waargenomen – op het zelfde niveau wordt beloond als het geval zou zijn geweest
indien hij/zij bij bevordering in de waar te nemen functie zou zijn aangesteld. Voor een juiste
vaststelling van de toelage moet de betrokken ambtenaar volgens de bij de werkgever
geldende regels – fictief – worden ingeschaald in de functieschaal van de functie die wordt
waargenomen. Het verschil tussen dat bedrag en het salaris van de ambtenaar wordt als
waarnemingstoelage uitgekeerd. In het beloningsbeleid kan de toepassing van deze bepaling
nader worden uitgewerkt.

 

Briefnummer: U201500965