Artikel 99:BIJLAGE IV

Salarisschalen kunstzinnige vorming per 1 oktober 2020

 

ervaringsjaar/

periodiek

5

6

7

8

9

10

Aanloopbedrag 1

1963

2004

2046

2100

2380

2783

Aanloopbedrag 2

0

2100

2162

2237

2516

2913

Aanloopbedrag 3

0

0

0

2380

2649

3052

0

2046

2237

2310

2516

2783

3125

1

2100

2310

2380

2583

2849

3207

2

2162

2380

2449

2649

2913

3283

3

2237

2449

2516

2714

2982

3349

4

2310

2516

2583

2783

3052

3420

5

2380

2583

2649

2849

3125

3493

6

2449

2649

2714

2913

3207

3562

7

2516

2714

2783

2982

3283

3625

8

2583

2783

2849

3052

3349

3689

9

2649

2849

2913

3125

3420

3753

10

2714

2913

2982

3207

3493

3818

11

0

2982

3052

3283

3562

3890

12

0

0

3125

3349

3625

3960

13

0

0

3207

3420

3689

4025

14

0

0

3283

3493

3753

4087

15

0

0

3349

3562

3818

4148

Uitloopbedrag 1

2849

3125

3493

3753

3960

4277

Uitloopbedrag 2

0

3283

3625

3960

4087

4411

Uitloopbedrag 3

0

0

0

4087

4215

4553

 

Briefnummer: U201001449, U201200956, U201201077, U201401852, U201600159, U201700653, U201900565

Artikel 1, sub a
Onder docent wordt verstaan de beroepskracht die cursussen en/of lessen geeft in de disciplines muziek, beeldende vorming, drama, dans, audiovisuele vorming en taal. Als een beroepskracht behalve docent ook als consulent aan een instelling voor kunstzinnige vorming is verbonden, verdient het de voorkeur om hem/haar twee maal aan te stellen.

Artikel 1, sub b.
Onder consulent wordt verstaan de beroepskracht die een steunfunctie uitoefent op het gebied van muzikale, dansante, beeldende, dramatische of audio-visuele vorming. In artikel 1 sub f staat het begrip steunfunctie gedefinieerd. Als een beroepskracht behalve als consulent ook als docent aan een instelling voor Kunstzinnige Vorming is verbonden, verdient het de voorkeur om hem/haar twee maal aan te stellen.

Artikel 3
De algemene werkzaamheden omvatten onder andere:

  1. - het bijwonen van docentenvergaderingen, sectievergaderingen of daarmee vergelijkbare bijeenkomsten;
  2. - het onderhouden van contacten met de directie ten behoeve van de lessen/cursussen;
  3. - het onderhouden van contacten met andere medewerkers ten behoeve van de vereiste samenhang in de activiteiten van de instelling;
  4. - het onderhouden van contacten met de (ouders van) leerlingen/cursisten voor zover deze verband houden met de activiteiten van de instelling;
  5. - het ontwikkelen en verzorgen van materiaal ten behoeve van de (voorbereiding van) de lessen/cursussen, 
  6. - het volgen van ontwikkelingen binnen het vakgebied en het deelnemen aan her-, na-, of bijscholingscursussen/projecten in overleg met de werkgever.

Artikel 4
Met ingang van het cursusjaar 1995/1996 is de arbeidsduur voor de ambtenaar behorend tot het onderwijzend personeel gelijkgesteld met de arbeidsduur voor de ambtenaar behorend tot het niet onderwijzend personeel. De arbeidsduur bij een volledig dienstverband bedraagt met ingang van 1 januari 1997 ten hoogste 1836 uren per jaar, waarbij de formele arbeidsduur per week 36 uren bedraagt. De verhouding lesgebonden - niet lesgebonden uren bedraagt maximaal 26 lesgebonden uren en voor de overige uren niet lesgebonden uren. Deze verhouding komt overeen met de situatie van voor het cursusjaar 1995/1996 waarbij werd uitgegaan van een normaanstelling van 26 klokuren les.

Artikel 6
Aan de functie van docent/consulent/balletbegeleider is inherent dat de omvang van de functie kan fluctueren. Immers het leerlingenaantal fluctueert, projecten kunnen aflopen, de vervanging van een collega kan eindigen etc.
Daarom wordt jaarlijks uiterlijk in de 10e week van het schooljaar schriftelijk aan de ambtenaar meegedeeld met welk gemiddeld aantal uren hij gedurende dat schooljaar wordt belast Gedurende de rest van dat schooljaar is (het inkomen behorend bij) dat aantal uren gegarandeerd.
Indien het aantal uren minder is dan het vorig schooljaar heeft de ambtenaar in elk geval minstens recht op het volgens het reglement garantie gegarandeerde salaris. Indien het aantal te verdelen lessen terugloopt moet een bepaalde volgorde worden gehanteerd waarin de docenten voor urenvermindering in aanmerking komen.
Er moet een afvloeiingsreglement worden opgesteld in de volgorde zoals in artikel 12 van deze regeling weergegeven. Een modelafvloeiingsregeling wordt aan de gemeenten toegezonden. De term afvloeiingsregeling dekt de lading niet helemaal. Een afvloeiingsregeling is eigenlijk een urenvermindering- en afvloeiingsregeling.

Artikel 7
Dit artikel moet worden gezien in relatie met artikel 3. De taken genoemd in (de toelichting van) artikel 3 horen bij de lesgevende taken. Voor deze taken hoeven dus geen taakuren te worden toegekend.

Artikel 8
lid 1
De ambtenaar heeft recht op verlof gedurende schoolvakanties. De schoolvakanties zijn de vakanties van de instelling.
De ambtenaar heeft geen recht op vervangend verlof als hij tijdens de vakantie ziek is geweest,
lid 2
Gedurende enkele dagen doch maximaal één week kan de ambtenaar worden verplicht zich tijdens de vakantie beschikbaar te houden voor werkzaamheden van schoolorganisatorische aard.
lid 3
In bijzondere gevallen kan de ambtenaar verzoeken om, onder omzetting van het werk, op een ander moment vakantie te hebben dan tijdens de schoolvakantie. Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid dit verzoek in te willigen of af te wijzen. Het een en ander hangt af van de reden van het verzoek en de mogelijkheid om het werk om te zetten.

Artikel 9
Voor de lessen die de ambtenaar op grond van dit artikel geeft heeft hij recht op het salaris en de toegekende salaristoelage(n) alsof hij bevoegd was voor die lessen.

Artikel 11
Lid 1
Bij reorganisatie en wijziging van beleid doet men er goed aan bij zo weinig mogelijk functies over te gaan tot urenvermindering. Het is beter om een aantal functies op te heffen. Immers, een ambtenaar die wordt ontslagen wegens urenvermindering heeft recht op wachtgeld.
Voor de uren waar men daarna voor wordt aangesteld is hij zijn opgebouwde wachtgelddienstjaren kwijt.
Lid 2
Dit lid geeft de volgorde aan voor diegenen die als eerste in aanmerking komen voor urenvermindering (art. 6) en voor ontslag (art. 10). Men dient bij de vaststelling van de rangorde uit te gaan van deze volgorde.