6a DE GEMEENTELIJKE LEVENSLOOPREGELING
Begripsomschrijvingen
Artikel 6a:1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  1. gemeentelijke levensloopregeling: een regeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964;
  2. instelling: een door de ambtenaar gekozen kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 19g, vierde lid, Wet op de loonbelasting 1964;
  3. levenslooprekening: een bij de instelling door de ambtenaar geopende geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort;
  4. levensloopverzekering: een bij de instelling door de ambtenaar afgesloten verzekering, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort;
  5. levenslooptegoed: het tegoed op een levenslooprekening onderscheidenlijk het verzekerd kapitaal.

briefnummer: MARZ/CvA/U200600904

Artikel 6a:2

Vervallen

briefnummer: U200600904  en U201300314

Verzoek tot deelname levensloopregeling
Artikel 6a:3

  1. De ambtenaar die deel wil nemen aan de gemeentelijke levensloopregeling meldt dit bij het college.
  2. Het college verwerkt de melding uiterlijk met ingang van de derde kalendermaand na ontvangst, tenzij niet wordt voldaan aan de eisen zoals genoemd in artikel 6a:4.
  3. Het college stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.


briefnummer: MARZ/CvA/U200600904

Artikel 6a:4 Verzoek tot deelname levensloopregeling

  1. De ambtenaar informeert het college schriftelijk over de instelling waarbij de levenslooprekening of de levensloopverzekering wordt aangehouden.
  2. De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college of hij een levenslooptegoed heeft opgebouwd bij een of meer gewezen inhoudingsplichtigen tenzij een andere werkgever bij wie de ambtenaar in dienst is geacht wordt inhoudingsplichtig te zijn ten aanzien van dit levenslooptegoed.
  3. De ambtenaar stemt er schriftelijk mee in dat de instelling aan het college informatie verstrekt over de omvang van het levenslooptegoed van de ambtenaar tenzij dit levenslooptegoed geacht wordt te zijn opgebouwd bij een andere inhoudingsplichtige bij wie de ambtenaar in dienst is.
  4. De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college dat hij voldoet aan de voorwaarden die de Wet op de Loonbelasting 1964 aan deelname stelt.


briefnummers: U200600904, U201300314, U201502055

Inleg
Artikel 6a:5

  1. De ambtenaar vermeldt bij zijn melding om deel te nemen aan de gemeentelijke levensloopregeling het gewenste bedrag van de inleg per jaar.
  2. De ambtenaar kan eenmaal per jaar op een door het college aangewezen wijze en tijdstip de hoogte van de inleg wijzigen.
  3. De inleg bestaat uit een of meerdere van de in artikel 6a:6 genoemde bronnen.


briefnummer: MARZ/CvA/U200600904

Bronnen
Artikel 6a:6

De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke levensloopregeling bestaat uit een of meer van de volgende bronnen:

  1. het salaris;
  2. het IKB indien het college de levensloopregeling op grond van artikel 3:29 lid 2 heeft aangewezen als bestedingsdoel van het IKB;
  3. de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren, bedoeld in artikel 3:36;
  4. het opgebouwde verloftegoed, bedoeld in artikel 4:9 lid 3.

briefnummer: U200601087, U201300476, U201601310

Levensloopbijdrage
Artikel 6a:7

(vervallen per 1-1-2017)

briefnummer: U200800195, U201502055, U201600266, U201600995

Artikel 6a:7a Uitbetaling levensloopbijdrage 2008

Vervallen

Briefnummer: U200800195 en U201300314

Beƫindiging deelname levensloopregeling
Artikel 6a:8

  1. Het college beëindigt de deelname aan de levensloopregeling uiterlijk twee maanden na ontvangst van de kennisgeving hiertoe door de ambtenaar. Het college stelt vast hoe de kennisgeving moet plaatsvinden
  2. Deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling eindigt daarnaast:
    1. bij overlijden van de ambtenaar;
    2. bij ontslag van de ambtenaar;
    3. op de dag voorafgaand aan die waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.

briefnummer: U200600904 en U201001917 en U201200194

Artikel 6a:9 Opname levenslooptegoed

Om over het levenslooptegoed te kunnen beschikken ten behoeve van de opname van onbetaald verlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg en hoofdstuk 6 meldt de ambtenaar tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum het college dat hij wil beschikken over (een deel van zijn) levenslooptegoed. Het college stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.

briefnummer: U200600904 en U201300314

Slotbepaling
Artikel 6a:10

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op ambtenaren bedoeld in hoofdstuk 9b, met uitzondering van de ambtenaar op wie paragraaf 5 van hoofdstuk 9b van toepassing is.

 briefnummer: MARZ/CvA/U200600947, U201700464

Tijdelijke regeling ambtenaren die werkzaam zijn in een betrekking bij het gemeentelijk stadsvervoer
Artikel 6a:11

(vervallen)